

Van probleem naar groei: Helen Degenhart over gedrag in de klas
Veel scholen worstelen met gedrag in de klas. Waarom vertoont een leerling storend gedrag? Waarom trekt een kind zich terug? En hoe zorg je ervoor dat de klas een veilige, stimulerende plek blijft? Helen Degenhart helpt scholen het signaal achter gedrag te herkennen en de aanpak te verbeteren. “Gedrag is nooit zomaar lastig. Het kind probeert je iets te vertellen met het gedrag.”
Helen praat levendig, af en toe onderbreekt ze zichzelf om een ervaring te delen die haar is bijgebleven. “Soms zie ik een leerkracht worstelen met een leerling die steeds uit de kring loopt. Maar als je écht kijkt en naar het kind luistert, ontdek je wat maakt dat het kind dit doet. Dan is de vraag: wat heeft het kind van je nodig, hoe kun je de situatie aanpassen, in plaats van het kind te corrigeren? Als je gedrag leert begrijpen, kun je kinderen écht helpen.”
Helen is niet in een hokje te plaatsen. Ze is trainer, coach, adviseur en trainingsacteur. Vanuit haar grote wendbaarheid begeleidt ze scholen op uiteenlopende thema’s: gedrag, het jonge kind, meertaligheid, HGW en kwaliteit. Een ander thema dat haar speciale interesse heeft en waarin ze veel ervaring opbouwde: scholen ondersteunen bij het organiseren en inrichten van thematisch onderwijs. In haar aanpak staat één principe centraal: onderwijs beter maken voor elk kind. Dat doet ze door wetenschappelijke kennis te vertalen naar praktische tips voor in de klas.
Veel leerkrachten voelen handelingsverlegenheid als het gaat om gedrag, constateert Helen. Ze willen hun leerlingen helpen, maar weten niet altijd hoe. Helen helpt hen gedrag te analyseren en beter te begrijpen. Dat doet ze niet vanaf de zijlijn. Ze stapt de klas in, observeert interacties en geeft direct toepasbare adviezen. “Soms is een kleine verandering in je manier van spreken al genoeg om een kind beter te laten functioneren,” legt ze uit. Haar brede ervaring gevormd in een kleurrijke loopbaan in PO en V(S)O – van leerkracht tot intern begeleider, ambulant begeleider, directeur en onderwijsadviseur – maakt dat ze snel de kern van een vraagstuk doorziet. Helen heeft een scherpe blik, maar ook een ontwapenend open houding, dat beeld rijst uit evaluaties van opdrachtgevers. “Ik leer zelf ook van de scholen waar ik kom. De vragen en inzichten van leerkrachten houden mij scherp en laten me zien hoe onderwijs zich ontwikkelt.”
Gedrag in de klas wordt vaak als een probleem gezien. Hoe kijk jij daar tegenaan?
“Gedrag is in feite communicatie. Als een leerling storend gedrag vertoont tijdens de rekenles, is dat vaak geen onwil, maar vluchtgedrag. Het kan zijn dat rekenen heel moeilijk is en het kind zich niet durft bloot te geven. Ook stille kinderen zijn niet per se gehoorzaam of tevreden, maar hebben misschien geleerd dat het veiliger is om zich onzichtbaar te maken. Als leerkrachten dat herkennen, kunnen ze veel effectiever handelen.”
Hoe help jij scholen hiermee?
“Ik geef cursussen over het uitlokken van gewenst gedrag en over gedragsproblemen. Daarnaast ga ik de klassen in, observeer en analyseer de interacties. Wat gebeurt er precies in de dynamiek? Wat doet een leerling, maar ook: hoe reageert de leerkracht? Vaak zit het probleem niet in het kind zelf, maar in het systeem, de manier waarop het onderwijs georganiseerd is. Een simpele aanpassing, zoals kortere instructiemomenten, meer voorspelbaarheid of meer ruimte voor eigen tempo, kan al veel verschil maken.”
Je werkt veel met jonge kinderen. Wat is de essentie daarvan?
“Jonge kinderen leren door te spelen. Dat is een heel ander proces dan leren van buitenaf, door een instructie. Toch zie je dat er steeds vaker lessen in de kleuterklas worden gegeven, omdat scholen bang zijn dat kinderen anders achterblijven. Maar als je begrijpt hoe de hersenen van jonge kinderen werken, weet je dat ze juist leren door te bewegen, ontdekken en experimenteren, met inzet van alle zintuigen. Daarom help ik scholen om spelend leren beter vorm te geven en weer meer te vertrouwen op het natuurlijke leerproces.”
Je werkt ook veel met meertalige klassen. Wat zijn de grootste uitdagingen?
“Soms zien scholen het als een probleem dat er de populatie meertalige kinderen groeit. Maar het kan ook een kans zijn om je onderwijs rijker te maken: kinderen leren van en met elkaar. Door de verschillende talen, culturen en gebruiken te leren kennen kijk je ook met andere ogen naar je eigen cultuur. Als leerkracht vraagt het wel dat je goed afstemt op de achtergrond en taalschat van de kinderen. Juist het inzetten van de moedertaal kan helpen om een nieuwe taal sneller te leren. Ik laat scholen zien hoe ze die kracht kunnen benutten. Bijvoorbeeld door meertalige materialen te gebruiken of door ouders actiever te betrekken bij het taalonderwijs.”
Van dichtbij voel je de polsslag op scholen. Wat valt je daarbij op?
“Ik merk dat niet iedereen gelukkig is in zijn baan. Veel leerkrachten voelen zich vastzitten in strakke methodes en protocollen, waardoor ze weinig ruimte ervaren om hun vak écht uit te oefenen. Ze zijn vooral bezig met afvinken en verantwoorden, in plaats van te doen wat hun leerlingen nodig hebben. Dat frustreert hen. Gelukkig zie ik ook dat scholen die thematisch werken en meer vanuit doelen redeneren, weer veel werkplezier terugvinden. Daar zie je leraren die weer creatief durven zijn en leerlingen die enthousiast meedoen. Het is heerlijk om scholen te helpen die een ander pad willen en durven inslaan en zich losmaken.”
Wat drijft jou in dit werk?
“Ik geloof dat onderwijs zoveel mooier kan zijn als we écht kijken naar wat kinderen nodig hebben. Wat mij het meest raakt, is als een leerkracht na een training zegt: ‘Ik zie mijn leerlingen nu anders. Ik begrijp hen beter.’ Dat is waar ik het voor doe. Want als we als onderwijsprofessionals groeien, groeien onze leerlingen met ons mee.”